Ondergronds watersysteem; we weten veel (en veel niet)

Bijzondere vragen van telers, daar bijt Ines van Marrewijk van Groen Agro Control zich graag in vast. Als er een oplossing is voor een kwestie waar een teler mee zit, weet Ines die te vinden.

Momenteel is waterkwaliteit een van de grote thema’s, zo merkt ze. Het ondergrondse watersysteem is een wereld op zich, en hoeveel we er tegenwoordig ook van weten, er zitten nog steeds haken en ogen aan die we nog niet helemaal kennen, vertelt Ines. “Voor de toekomst moeten we dat beter in beeld hebben, want momenteel zijn de risico’s van achterblijvende ziekten moeilijk te verwijderen. Veel zie je helaas niet, letterlijk.”

Bacterie onbekend

De zoektocht naar de juiste methoden om bacteriën in het water te meten, vraagt aandacht vooraf. “Ben je op zoek naar een specifieke ziekteverwekkende soort zoals Agrobacterium of naar algemeen voorkomende bacteriën’’ legt Ines uit. “Het kan bijvoorbeeld gaan om groei van anaerobe bacteriën bij lage zuurstofwaarden. Daarop wordt niet vaak getest er dient specifiek naar gevraagd te worden. Anaerobe en aerobe bacteriën omgeven zich met een slijmlaag die onder andere biofilm in leidingen veroorzaken. Toevoegen van reinigingsmiddelen voorkomt de meeste biofilm in de leidingen zelf. Maar in dode uiteinden, koppelstukken of ruwe onderdelen blijft vervuiling en ziektekiemen vaak hardnekkig.  Verandering van samenstelling in water kan er soms toe leiden dat de groei van bacterie en ook gisten opeens ‘explodeert’.”

Wat dat dan precies voor bacterie is, is vaak niet meteen duidelijk. “Een voorbeeld: Groen Agro Control benoemde vele jaren bepaalde wortelgroei ‘kralenwortels’ en weer een andere beeld ’dikke wortels’. Beide blijken een bacteriële oorzaak te hebben. Van veel bacteriën is nog niet dat die schadelijk kunnen zijn voor planten- en of wortelgroei. We weten inmiddels meer maar nog lang niet alles. De bacterie Ralstonia was ook zo’n ‘onbekende factor’ toen die plots opdook in roos en anthurium, dat was voorheen wereldwijd nog niet beschreven als ziekte in die gewassen.”

DNA-sequentie

Een van de troeven die Groen Agro Control sinds kort in huis heeft om de identificatie van bacteriën een boost te geven, is de nieuwe techniek van Next Generation Sequencing. Middels DNA-sequentie kunnen verschillende varianten binnen een virus, bacterie of schimmel onderscheiden worden. Zo kunnen verschillenden genetische varianten van bijvoorbeeld virussen beter gemonitord worden. “Of we kunnen kwaliteitscontrole doen op microbiologische producten. Zo controleer je er alleen in zit wat erin zou moeten zitten. Zo kan met de genetische informatie van drainwater of wortels de microbiologische samenstelling in kaart gebracht worden. Hierbij worden dan zowel de nuttige als de schadelijke bacteriën, schimmels en virussen gedetecteerd.”

Door op die manier gebruik te maken van sequentie, focus je niet op slechts één organisme, maar zie je meteen ‘alle micro’s ’ in zo’n monster zitten. “Die sequentiemachine is in eerste instantie aangekocht voor virusonderzoek, daarna kijken we wat voorrang heeft. Voor elk doel zal de methode eerst gevalideerd moeten worden zodat kwalitatief hoogwaardige resultaten uit praktijkmonsters komt.”

Problemen oplossen

De focus bij micro ligt bij Groen Agro Control op het monitoren op teelt en daarnaast op het oplossen van problemen in de sector. Zo voorkomen we groeiproblemen in opkweek en bij telers door regelmatige analyse van het water. “Meet je via kiemgetallen in ‘schoon water’ enkele honderdduizenden bacteriën per milliliter dan is dat echt teveel, zeker voor stekgoed en zaailingen. Dan zitten de bacteriën goede beworteling in de weg, met mogelijk groeischade tot gevolg.”

Het verbeteren van de weerbaarheid is ook een sleutel tot beter water die het bedrijf in handen heeft. “Het magische woord ‘weerbaar’ vraagt in analyses het kijken naar zowel goed als schadelijke micro’s.  Met meer uitgebreide kiemgetallen krijg je niet alleen de algemene schimmels en bacteriën in het water in beeld maar ook kiemgetallen van plantenziekten en desgewenst ook van goedaardige schimmels in pakket ‘Kiemgetal Weerbaar’.

“We kijken dan niet alleen naar ziekteverwekkers, maar ook antagonisten – schimmels en bacteriën die planten helpen in plaats van tegenwerken, zoals Trichoderma. Zo’n meting moet je dan wel met een zekere regelmaat doen om een goed beeld te krijgen van de situatie op een bedrijf. Net als bij een UV-ontsmetter is het niet een kwestie van één keer meten, dat moet je blijven monitoren.”

Water en ToBRFV

Tot slot zoomt Ines nog even in op de connectie tussen water en ToBRFV of andere door water overdraagbare virussen.  Volgens haar is dat nog best een blinde vlek op een bedrijven vooral vanwege het complexe watersysteem. In principe is water niet de gevaarlijkste factor in de verspreiding van het gevreesde tomatenvirus. Tijdens de teelt is vooral sap-op-sapverspreiding de gevaarlijkste factor. “Maar tijdens de teeltwisseling is het risico van water en het drainwatersysteem een stuk groter. Je moet vaak 500% inzet in hygiëne plegen om 99% resultaat in virusvrij te kunnen krijgen. Of het gelukt is om het virus voor 100% te verwijderen weet je soms helaas pas nadat blijkt dat de nieuwe teelt schoon blijft.”

Hygiëne en het opstellen van protocollen is een specialisme van Groen Agro Control en Ines begeleiding telers ook op het bedrijf omdat hygiëne maatwerk blijft.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ines van Marrewijk, productmanager bij Groen Agro Control, Distributieweg 1 – 2645 EG Delfgauw, telf. 015 2572511

Publicatiedatum: 
Auteur: Annet Breure
© GroentenNieuws.nl

 

Listeria en ToBRFV in de AGF-handel

Listeria en ToBRFV zijn voor zowel telers als de toeleveranciers en de AGF-handel, een heet hangijzer. Michel Witmer, Productmanager bij Groen Agro Control, vertelt er graag meer over vanuit zijn ervaringen met de AGF-handel en levensmiddelensector.

Michel heeft weliswaar niet direct contact met telers, maar ook de kratten moeten er bijvoorbeeld goed schoongemaakt worden om bacteriën of virussen te verwijderen. Groen Agro Control adviseert daarover aan de hand van de door hen uitgevoerde PCR-testen.
“Er zijn bedrijven die professioneel reinigen voor derden. Die moeten dus reinigen en op verzoek van hun klanten valideren op afwezigheid van bepaalde micro-organismen, meestal virussen. Wat wij doen is periodiek of op verzoek kratten bemonsteren. Dat zijn er niet één of twee, maar echt tientallen.”
Worden er virusdeeltjes aangetroffen, dan weet je dat de reiniging niet goed is en dat er aanpassingen gemaakt moeten worden in het proces. Op verzoek van de klant test Groen Agro Control op aanwezigheid van virussen en ze kunnen ook eventuele onvolkomenheden in het reinigingsproces blootleggen.
Michel heeft geen direct contact met telersverenigingen, maar hij is zeker niet onbekend met het wereldje van de krattenwassers. In het verleden ging hij geregeld bij bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie langs om de krattenwassers te controleren op dosering reinigings- en desinfectiemiddelen. Daarbij werd hygiëne van de machine ook gecontroleerd en met de klanten besproken

Afwasteiltje

ToBRFV is een hardnekkig virus, zo heeft Michel gemerkt. “Je zou denken, dat beetje DNA, wat heet water erover en je bent klaar, maar zo is het niet. Het is een kwestie van de ideale combinatie vinden van diverse factoren: chemie, temperatuur, tijd en concentratie van het middel.” Met andere woorden, de Cirkel van Sinner moet compleet zijn.
Michel legt aan de hand van een herkenbaar voorbeeld uit hoe dit werkt. “Denk aan het ouderwetse afwasteiltje. Daar gaat een druppeltje Dreft in, heet water, een vies bord en een afwasborstel. Met koud water krijg je dat vet er niet af. Dus dan moet je of harder boenen, of langer wassen om die vervuiling van dat bord af te krijgen. Ga je met de temperatuur omhoog, dan hoef je minder hard te boenen en ben je sneller klaar. Dus op die manier moet je eigenlijk je reinigingsproces valideren.”

De ToBRFV-puzzel

Het tomatenvirus houdt de gemoederen nu al meer dan een jaar flink bezig. Op diverse plekken in de wereld steekt ToBRFV de kop op. “Binnen en buiten Europa zijn er nog steeds veel landen waar ze er last van hebben,” signaleert Michel. Hoe moeten we die puzzel oplossen?
“Hele goede hygiëne bij de teler is van belang, en ze moeten het kiemmateriaal waar ze mee beginnen goed in de gaten houden. Het lastige is alleen dat het niet te zien is.”
Een mogelijke oplossing is het ontwikkelen van resistent kiemmateriaal, maar ook dat biedt geen 100 procent zekerheid. “Je kan altijd nieuwe virussen krijgen met aanpassingen en andere eigenschappen. Kijk maar naar COVID, daar heb je inmiddels ook al een Engelse en Zuid-Afrikaanse variant. Wie zegt dat dat niet bij andere virussen mogelijk is?” Hygiëne is dus de crux.

En hoe voorkom je Listeria?

Michels hulp wordt ook geregeld ingeroepen bij het voorkomen van Listeriabesmettingen. Listeria is een veelvoorkomend micro-organisme. “Omdat mensen er ziek van kunnen worden, is het belangrijk dat het niet in het eindproduct aanwezig is.”
Soms hebben bedrijven een positief resultaat, zonder te weten waar het precies vandaan komt. Dan kan Michel langskomen voor advies. Het hele proces wordt nagelopen om op zoek te gaan naar probleemgevallen.
Het probleem met Listeria is dat het een hardnekkig micro-organisme is. “Bij een temperatuur tussen de nul en vijf graden kan het nog groeien. Dat is een temperatuur waarbij andere bacteriën niet kunnen groeien. Je moet dus extra goed letten op koude plekken en plaatsen waar condens wordt gevormd.” Werk je elke dag in de productie, dan zie je zelf de problematische plekken, zoals transportbanden, soms niet meer. Michel kan daarbij helpen met een extra paar ogen.
Hij inventariseert het productieproces en adviseert vervolgens wat een bedrijf nog extra kan doen aan reiniging. Een laag biofilm op een leiding is bijvoorbeeld een prima kweekbodem voor Listeria. “Die zit daar wel lekker en kan ondertussen lekker verder groeien. Als er dan toch via water of condens Listeria bij product komt, dan kan je weer een besmetting tegenkomen bij de microbiologische analyses van je eindproduct. Het is een soort krenteninfectie – het is niet homogeen verdeeld.”
Met Michels hulp kan een bedrijf die ongewenste krenten uit de pap pikken. “Dat vind ik ook leuk om te doen: klanten blij maken door problemen op te lossen.”

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Michel Witmer, productmanager bij Groen Agro Control, Distributieweg 1 – 2645 EG Delfgauw, telf. 015 2572511

Publicatiedatum: vr 5 feb 2021
Auteur: Annet Breure
© AGF.nl

Fotografie: Martin van der Marel

Eerste stap in verlagen van MRL overschrijdingen is inzicht in het hele proces

Elke AGF-handelaar krijgt er wel eens mee te maken, de een meer dan de ander: de overschrijding van de toegestane MRL-waarde op groenten en fruit en dat leidt onherroepelijk tot vernietiging van het product. Het overschrijven van de MRL heeft vaak diverse oorzaken. Michel Witmer, productmanager levensmiddelen bij Groen Agro Control, geeft dan ook het advies mee aan zijn klanten in de AGF om eens een top 5 van producten op te stellen waar ze de meeste problemen mee hebben. “Vanaf dat punt kunnen ze gaan werken naar verbetering en dus minder MRL overschrijdingen op groenten en fruit en zo het beperken van terugroepacties.”

Al 25 jaar beschikt Groen Agro Control over een gespecialiseerd laboratorium voor het analyseren van chemische- en microbiologische bestandsdelen op groenten en fruit. “Op basis van die analyses kunnen we als bedrijf ook advies geven over hoe het anders kan. Er spelen immers veel factoren een rol als het gaat om een MRL overschrijding: Wanneer komen er pesticiden in het fruit terecht? Tijdens de teelt, na de oogst of tijdens het transport in de container en communiceren de verschillende partijen met elkaar over de toegestane waarde voor de eindklant? Het komt ook voor dat dergelijke pesticiden soms per ongeluk worden toegediend. Denk maar aan een teler die stroomafwaarts water uit de rivier gebruikt die echter door een andere teler stroomopwaarts is vervuild.”

In gesprek met de teler

Michel ziet vooral dat overzees fruit uit Afrika, Zuid-Amerika en Azië soms een te hoog pesticiden gehalte hebben. “Het is daar soms moeilijker om goed contact te houden met de telers die producten verbouwen voor de Europese markt. Zeker als hier in Europa de regels weer veranderen met nog strengere eisen rond de MRL in producten. Neem als voorbeeld straks het nieuwe Pomelo-seizoen. Daarvoor zijn de regels weer veranderd voor gebruik van Chloorpyrifos, maar of een Chinese teler dan gelijk zijn manier van telen gaat aanpassen is maar de vraag. Of wat dacht je van een voorbeeld dichter bij huis: Chloorprofam in aardappelen en uien waarvan het gebruik sinds dit jaar verboden is in de EU.”

Advies

Michel geeft aan dat men vanuit Groen Agro Control advies kan geven over het aanpassen van de programma’s. “We kijken bijvoorbeeld naar het gebruik van alternatieven in gewasbeschermingsmiddelen en de toepassing op een bepaald moment in de teelt. Daarnaast zien we ook nog vaak dat er verschillende pesticiden gebruikt worden op één product met precies dezelfde werking. Dat zien we vooral veel op aardbeien gebeuren.” De grootste winst is voor veel AGF-importeurs te behalen in het tijdig doorgeven van MRL-wijzigingen aan hun leveranciers.

“De MRL is een vaste maximale waarde die vastgesteld wordt in het gebruik van bepaalde pesticiden en de wetgeving lijkt elk jaar strenger te worden. De Europese Commissie kondigt vaak een half jaar van te voren aan dat men de waarden verder gaat aanscherpen waardoor telers de kans krijgen om hun doseringen te verlagen of naar alternatieven kunnen zoeken. De retail in Europa hanteert echter nog strengere eisen op deze residuen en die verschillen ook nog eens per keten. Voor ons zou het werk wat makkelijker zijn als de retail transparanter is over hun specificaties om zo de sector en de laboratoria beter te informeren over de te nemen stappen.”

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Michel Witmer, productmanager bij Groen Agro Control, Distributieweg 1 – 2645 EG Delfgauw, telf. 015 2572511

Publicatiedatum: do 3 sep 2020
Auteur: Thom Dobbelaar
© AGF.nl

Fotografie: Martin van der Marel

Groen Agro Control zet in op compostanalyses

Flexibele scope voor geaccrediteerde analyses van pesticiden in AGF en Granen

Na een positief beoordelingsonderzoek door de Raad voor Accreditatie (RvA) is het residulab van Groen Agro Control vanaf heden in het bezit van een flexibele scope voor de analyse op residuen van pesticiden in voedingsmiddelen, diervoerders, producten van plantaardige oorsprong en water.

Vanaf heden worden onderstaande residuen van pesticiden ook onder accreditatie gemeten:

Residu Screening LC-MSMS in AGF: Bensulfuron-methyl, Dimethirimol, Etoxazol, Fenbutatin Oxide, Buturon, Flupyridafurone, Isouron, Oxasulfuron, Quinoclamine, Terbuthylazine

Polaire pesticiden in AGF en Graan: Ethefon, Fosetyl, Fosforigzuur, AMPA, Glyfosaat, Glufosinaat

Op onze website worden de nieuwe analyselijsten voor AGF en graan beschikbaar gemaakt waarbij de nieuw geaccrediteerde stoffen worden opgenomen met een Q.

ARfD – berekening volgens het EFSA PRIMo model versie 3.1

Per 12 oktober 2020 berekent en rapporteert Groen Agro Control de uitputting van de ARfD (ARfD-waarde) voor Nederland met het EFSA PRIMo model 3.1. De Acute Referentie Dosis (ARfD) is een schatting voor de hoeveelheid van een pesticide in voedsel die iemand binnen 24 uur kan innemen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten. De uitputting van de ARfD wordt berekend als percentage van de  ARfD – waarde.

Voorheen werd voor de berekening van het ARfD percentage gebruik gemaakt van de nationale modellen, in Nederland het NESTI-model. De berekening van de ARfD is, net als de MRL jaren geleden, geharmoniseerd binnen de Europese Unie. Het berekeningsmodel binnen de Europese Unie is het EFSA PRIMo model (huidige versie 3.1). Voor Nederland heeft het RIVM daarnaast een lijst met bijbehorende processingfactoren gepubliceerd die in de berekening worden verwerkt. De berekening van de ARfD met het PRIMo model met processingfactoren wordt ook toegepast bij het toetsen aan de eisen van Nederlandse retailers. Voor andere landen binnen de EU wordt het PRIMo model zonder de processing factoren gebruikt.

Mocht u vragen hebben over deze wijziging van de ARfD berekening dan kunt u contact opnemen met uw accountmanager of met het residulab.

Groen Agro Control Peru neemt deel aan de Expoalimentaria 2020

Groen Agro Control Perú SAC neemt deel aan deze nieuwe versie van 2020 Expoalimentaria: Virtual Expoalimentaria van 30 september tot 15 november van dit jaar.

Virtual Expoalimentaria is een commercieel platform dat is opgericht om belangrijke producten in de voedingsmiddelen-, dranken-, machines-, diensten-, containers- en verpakkingssector voor de voedingsindustrie te tonen en te promoten. Het zal worden gebruikt als ontmoetingspunt voor de belangrijkste operatoren van distributie, detailhandel en voor de Peruaanse en internationale markt.

Bezoek ons ​​gerust en leer meer van onze diensten kennen: https://join.expoalimentariaperu.com/en of neem contact op via e-mail info@agrocontrol.pe.

Groen Agro Control Peru behaald accreditatie voor de analyse van residuen van gewasbeschermingsmiddelen

Onze collega’s in Lima hebben de afgelopen maanden gewerkt aan de validatie van de analysemethoden voor residuen van gewasbeschermingsmiddelen. Onlangs heeft de Nederlandse RvA deze inspanningen geëvalueerd en de accreditatie toegekend aan onze analysemethoden. De residuanalyses op AGF producten en granen die door ons laboratorium in Peru worden uitgevoerd vinden dus vanaf heden onder accreditatie plaats.

Indien u gebruik wenst te maken van de analyses van Groen Agro Control Peru, neem dan contact met ons op via info@agrocontrol.nl

Groen Agro Control erkend door Skal biocontrole voor officiële analyses op biologische producten

Groen Agro Control is per 1 september erkend als officieel laboratorium voor analyse van officiële monsters voor Skal in de biologische sector.

Dat geldt op monsters die worden genomen bij officiële controles en andere officiële activiteiten door Skal Biocontrole.

Daarmee is ons lab aangewezen als officieel laboratorium zoals bedoeld in artikel 37 van Verordening (EU) 2017/625.

Al onze erkenningen en certificaten vindt u op onze website via https://agrocontrol.nl/accreditaties-certificeringen-en-erkenningen/

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met deze Skal erkenning kunt u nu bij ons terecht voor de uitvoering van de laboratoriumanalyses zoals:

  • Glyfosaat, AMPA  in gewas, grond en water
  • Residu screening in AGF, Babyvoeding, water, cannabis, siergewassen, thee, granen, cacao, grond, substraten en eieren
  • Fipronil residu analyse in AGF en eieren
  • Zware metalen analyse in AGF, water, grond, plantaardige olie en levensmiddelen.

Wij gaan ervan uit dat wij u hiermee van dienst kunnen zijn.

Voor vragen kunt u contact opnemen met uw productmanager AGF, Voedingsmiddelen, Tuinbouw of Akkerbouw.

Nieuwe fosfaatindicatie pakt slecht uit

Groen Agro control adviseert telers om dit najaar nog een Pw-getal te laten bepalen volgens de oude analysetechniek.

 

Een akkerbouw bedrijf op de klei loopt de kans veel fosfaat gebruiksruimte mis te lopen doordat percelen in een lagere fosfaatklasse vallen. De oorzaak daarvan is de overgang naar een nieuwe indicatie van de fosfaat toestand.

De aanpassing van Pw naar een combinatie van P-Al en P-CaCl2 ook wel P-PAE genoemd, pakt niet overal eerlijk uit. Een voorbeeld waar het misgaat zien we op een akkerbouwbedrijf in Philippine in Zeeuws-Vlaanderen van 118 ha. Dit bedrijf loopt met de nieuwe fosfaat indicatoren 1434 kg fosfaat gebruiksruimte per jaar mis. In 2020 zijn Pw getallen bepaald en kan dit bedrijf nog vier jaar vooruit met de huidige gebruiksnormen. De bestaande bodemanalyses worden voorlopig gerespecteerd en blijven maximaal vier jaar geldig. Vanaf het moment dat de nieuwe gecombineerde fosfaatindicator in werking treedt, dat is in 2021, moeten alle bemonsteringen plaatsvinden op basis van P-Al en P-PAE.

Waarden grondmonstersGebruiksnorm Fosfaat kg/ha
PerceelhaPwP-AlP-PAE20202021Verschil
14.2551134.66040-20
24.23247180800
310.421500.512080-40
44.336551.1708010
57.145652.37060-10
6455762.76040-20
75.841601.77060-10
83.841622.27040-30
99.442622.17060-10
109.629601.28070-10
113.735521.280800
124.311320.11201200
133.115310.31201200
147.6356228060-20
153.230630.98070-10
165.534550.880800
17721600.412080-40
1817.529580.680800
193.134540.880800
Totaal11899488514-1434

Dit voorbeeldbedrijf zou er 1434 kg fosfaat per jaar op achteruit gaan als de fosfaatgebruiksruimte op P-PAE en P-Al wordt gebaseerd.

Nog in 2020 een Pw bepaling uitvoeren.

Percelen waar voor mei 2021 een nieuwe analyse moet worden genomen in verband met maximale termijn van 4 jaar kunnen beter in najaar 2020 bemonsterd worden dan in voorjaar 2021. In dat geval geldt voor de komende vier jaar het vaak gunstigere Pw getal. De grondanalyse moet vóór een nazomerbehandeling met dierlijke mest plaatsvinden of minimaal 8 weken daarna. Vanaf 1 januari 2021 moeten voor alle grondmonsters de gecombineerde parameters (P-Al en P-PAE) worden gebruikt. Percelen bemonsteren waarop geen dierlijke mest is uitgereden is altijd mogelijk. Op percelen waarvan de monsters volgend jaar niet meer geldig zijn is men beter af wanneer ze dit jaar nog genomen worden.

Verlies aan fosfaatruimte door nieuwe norm in 2021

Bij de invoer van een nieuwe fosfaatindicator was de afspraak dat de fosfaat gebruiksruimte gelijk zou blijven. Groen Agro Control zette de vooruitgang en achteruitgang van fosfaatgebruiksnormen op kleigronden en op zandgronden op een rijtje. In de grafiek is te zien hoe dat uitpak bij een onderzoek van ruim 264 bedrijven op dekzand en op zeeklei.

 

Op kleigronden gaat bij 28 % van de percelen de fosfaatgebruiksnorm achteruit, hij blijft gelijk op 55 % van de percelen en 17 % krijgt een hogere fosfaatgebruiksnorm.

Op dekzand blijft op 61% van de percelen de fosfaatgebruiksnorm gelijk, 26 % gaat achteruit en 13 % gaat vooruit.

Sporenelementen

Wanneer er minder dierlijke mest mag worden aangewend neemt de aanvoer van sporenelementen af. Waardoor deze als kunstmest aangevoerd moeten worden. Terwijl deze als welkome aanvulling in dierlijke mest aanwezig zijn. Dat leidt tot extra kosten. Minder plaatsingsruimte voor dierlijke mest betekent ook minder inkomsten omdat plaatsing van mest extra inkomsten voor de akkerbouwer betekent. Op landelijke schaal zal dit veel mest plaatsingsruimte kosten.

Waarom een nieuwe meetmethode?

Slimme analysemethoden kunnen leiden tot snelle en verbeterde analyses. Onduidelijk is de reden waarom een Pw getal vervangen moet worden door een combinatieparameter van P-Al en P-PAE. Is het voor het laboratorium eenvoudiger twee extracties te maken? Te weten een extractie met een oplossing van calciumchloride voor P-PAE en een extractie met een oplossing van ammoniumlactaat-azijnzuur voor P-Al, in plaats van een extractie met water voor de P-water bepaling. Het zal de akkerbouwer of veehouder niet interesseren, als hij maar in de gelegenheid blijft om zijn bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Daar zit nu net de kneep omdat dit in verschillende regio’s oneerlijk uitpakt. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet geeft aan dat het gemiddeld voor Nederland gelijk blijft, maar heeft niet onderzocht het effect in de verschillende regio’s. Het lijkt niet de bedoeling en is niet volgens de afspraak om onnodig bedrijven te treffen met kortingen op fosfaat gebruiksnormen door afwijkende analyseresultaten. De oplossing ligt in aanpassing van gebruiksnormen of klassen voor bepaalde regio’s of het blijven accepteren van gemeten Pw cijfers. Eurofins meet al jaren geen Pw meer, maar berekent deze door middel van een omrekening. Waar Eurofins de Pw bepaling lastig te meten vindt, vormt dat voor Groen Agro Control en andere laboratoria geen probleem. Als een ministerie op advies van Eurofins besluit om over te schakelen moet dat wel voor alle agrarische bedrijven kloppen en via een juiste omrekening. Volgens dit onderzoek gaan er meer bedrijven achteruit dan vooruit.

Groen Agro Control meet Pw dit najaar als inhaalslag

Groen Agro Control adviseert telers wanneer zij vermoeden beter af te zijn met een Pw analyse, om dit najaar nog een Pw getal te laten bepalen volgens de oude analysetechniek.

31-8-2020

Joke de Geus

Productmanager akkerbouw en grasland